
|
De beeldengroep: Het Gesprek
In 1985 werd hem gevraagd om een vorm te maken die het innerlijk zelf vertegenwoordigt. "Na lang zoeken heb ik gekozen voor de vorm die ik nu nog gebruik; de langgerekte vorm die uitdrukking geeft aan de verstilde innerlijke kracht, want het ware Zelf is niet uit te beelden in een vorm." Hij heeft het over de beelden van Het Gesprek. "Toen mij gevraagd werd om mijn bewustzijn te verruimen, besefte ik dat ik deze beelden bedoeld waren voor het inrichten van de heilige ruimten."
Pieter loopt naar binnen om opnieuw een kop thee in te schenken. Ik blijf stil achter en denk terug aan het stukje dat ik schreef na een interview met hem voor een tijdschrift in de zomer van 2003. Ik ging tussen de beelden van Het Gesprek staan, die bijna drie meter lang zijn en ervoer het volgende:
Ik ben licht
Op blote voeten, in hun midden, adem ik een keer diep in en uit en sluit mijn ogen.
De ruimte om me heen verandert langzaam in een zachte beschermlaag. Het voelt als een heerlijke, totale omhelzing. Geluiden om me heen vervagen.
Mijn benen beginnen te trillen, ik word oneindig lang en mijn hart gaat tekeer. Door ademen Mariëtte, het is goed, spreek ik mezelf in gedachten toe. Ik ontspan dieper.
De samenstelling van de lucht om me heen verandert in een tintelende, dwarrelende, helder gele energie, die langzaam naar boven trekt en iets vanuit mijn benen meeneemt.
Ik ben leeg.
Dan zie ik een zacht, wit licht ontstaan. Het breidt zich uit. Alles wordt dat licht.
Ik ben grenzeloos.
Ik voel me opgenomen in een oneindige ruimte.
Ik ben niets en ik ben alles.
Ik ben licht.
Beetje bij beetje komen zacht de geluiden uit de omgeving weer tot me, vogels die fluiten, gesuis van auto's in de verte. Een vleugje wind strijkt langs mijn lichaam. Zonnestralen verwarmen mijn rug.
Ik word langzaam compacter en sta weer tussen de beelden. De bescherming lost zachtjes op. Ik kijk even om me heen. Alles is zó helder en zó mooi.
Voorzichtig stap ik van de plek weg.
Aan tafel met uitzicht op: Het Gesprek, ga ik een tijdje zitten kijken. De beelden léven, ze bewégen en ze strálen. Ze lijken in een heerlijk, zacht verwarmend, keuvelend gesprek verwikkeld. Ik kan er geen genoeg van krijgen. Als ik uiteindelijk de pen pak en bovenstaande opschrijf, raak ik ontroerd. Plotseling dringt het tot me door dat ik tussen die beelden ten diepste mezelf werd.
Naar pagina 2 <<---->> Naar pagina 4
|